Onderwijs en vernieuwing horen bij elkaar. In het klein gebeurt dit bijvoorbeeld door als docent niet ieder jaar dezelfde lessen te geven, maar door het jaarlijks actualiseren en vernieuwen van de lessen. Het is bij mij zelfs zo erg dat ik ieder jaar alles helemaal omgooi. Maar ik denk dat die onrust en vernieuwingsdrang bij mezelf vooral voortkomt uit onzekerheid en de snelheid waarmee ik me als docent ontwikkel. Ieder jaar ben ik weer wat wijzer en vind ik dat ik de lessen beter kan geven dan het jaar ervoor.
In het groot is die vernieuwingsdrang in het onderwijs ook zichtbaar. De overheid stapelt verandering op vernieuwing. Het hoort erbij. Onderwijs moet bovenop de actualiteit zitten om relevant te zijn. Aan de andere kant gaan de processen binnen onderwijsorganisaties lang niet zo snel als de samenleving verandert. En dat is ook wel weer mooi, want zo slaat niet iedere nieuwe trend de continuïteit lam.
Maar nieuwe trends? Het grappige is dat ik als redelijk jonge docent al een zich herhalende beweging zie. Op dit moment is het idee van de overheid om alles weer vast te leggen, de exameneisen in het voortgezet onderwijs te verscherpen en de aandacht naar de kernvakken nederlands, engels en wiskunde te laten gaan. Over een tijdje komt waarschijnlijk het nieuwe leren (ideeën die deels in De Nieuwe Onderbouw (1993) en het Studiehuis (1998) terugkwamen) weer terug.
Het is grappig dat ik die slingerbeweging nu zelf meemaak en nu ook een beetje mee mag doen met het cynisme van de ‘oudere garde’ die dit waarschijnlijk al vele malen heeft meegemaakt.
Edited: november 30th, 2011